Vrouwen die zich bezighouden met Al-Djarḥ wat-Ta’diel

663

Shaykh Al-‘Allaamah ‘Ubayd Al-Djaabirie -حفظه الله تعالى- zei:

We waarschuwen hier over een zaak; deze betreft dat veel vrouwen zich bezighouden met Al-Djarḥ wat-T’adiel (het weerleggen en het aanprijzen). Dit is verkeerd vanwege de volgende redenen:

Ten eerste: Het is in tegenstrijd met de weg van de vrome saḥaabiyaat (vrouwelijke metgezellen van de Profeet ﷺ) en degene die na hun kwamen. Het was niet bekend dat één van die vrouwen naar voren trad in Al-Djarḥ wat-Ta’diel. Sterker nog, als aan één van hen -ik bedoel daarmee de lofwaardigen van de saḥaabiyaat, met aan het hoofd van hen de moeders der gelovigen- een vraag werd gesteld door een man van achter een gordijn, dan gaf zij hem enkel een fatwa. Van die vrouwen (als aanvulling op de eerder genoemde moeders der gelovigen) is Nusaybah bint K’ab Umm ‘Atiyyah رضي الله عنها en nog vele anderen. En (zo ook) van de Tabi’iyaat: ‘Amrah bint ‘Abdur-Raḥmaan de metgezel van ‘Aaishah, en Mu’aadhah bint ‘Abdullah Al-‘Adawiyyah Al-Basriyyah, en Ḥafsah bint Sirien.
Ja! Ondanks met de aanwezigheid van lofwaardige vrouwelijke grote geleerden zelfs in de latere eeuwen. (Hieronder valt) wat ik mij kan herinneren als voorbeeld Kariemah bint Ahmad al-Murudhiyyah, daarna bekend als al Makkiyyah. Haar Kunyah (roepnaam) is Umm al-Kiraam. Zij overleed als vrijgezel en is nooit getrouwd geweest. Zij was één van de vrouwelijke overleveraars van Saḥieḥ al-Bukhaarie. Zij overleverde Saḥieḥ al-Bukhaarie van al-Bukhaarie tot aan de Profeet ﷺ en er werd over haar gezegd dat zij een zeer bekwame geleerde op het gebied van jurisprudentie was. Er werd kennis van haar genomen door 400 grote bekwame jurisprudentie geleerden. Dit gebeurde dan van na het Fadjr gebed tot aan het ‘Ishaa gebed en deze geleerden namen dan kennis van haar van achter een gordijn.

Ten tweede: Ook al zou een vrouw de kracht en ervaring hebben, dan zou zij nooit de zwakke punten van de mannen noteren en hun bekendmaken, dit is uiterst gecompliceerd.

Ten derde: Het kan zo zijn dat zij zich hiermee zou tentoonstellen aan hetgeen waar zij geen macht over heeft, en dat is onder andere het aantrekken van de woede van de mannen uit haar naaste kringen. Dit omdat er geen man is met gezonde jaloezie die de vrouwen (graag) naar buiten laat gaan en hen laat mengen onder de mannen of contact laat maken met andere mannen, ja.

Dit is wat Allaah gemakkelijk heeft gemaakt voor ons als antwoord over deze zaak.

Bron: www.ajurry.com/vb/showthread.php?t=42599
Vertaald door Abu Mohammed Abdullaah As-Surinamie

DELEN