Al-djarḥ wat-ta’diel zal niet vergaan zolang de mensheid blijft bestaan.

153

Shaykh Mohammed bin Ṣaaliḥ al-‘Uthaymien رحمه الله heeft over de uitspraak “al-djarḥ wat-ta’diel is uitgestorven” gezegd:

“Ik vrees dat dit een waarachtige uitspraak is waarmee men valsheid probeert te bekomen. Het weerleggen en prijzen (al-djarḥ wat-ta’diel) is niet uitgestorven noch is het begraven of ziek geworden. En alle lofprijzing komt toe aan Allaah. Echter is het staande en gevestigd. Zo zien we dat het bestaat onder de getuigen in het bijzijn van een rechter, waarin men verzocht wordt om bewijs te leveren wanneer iemand bekritiseerd wordt. Zo ook kent het zijn rol in de kwesties van de overleveringen (van aḥaadith). We hebben onze Imaam de uitspraak van Allaah سبحانه وتعالى horen reciteren (in het gebed):

يَـٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا إِن جَآءَكُمْ فَاسِقٌ بِنَبَإٍ فَتَبَيَّنُوٓا أَن تُصِيبُوا قَوْمًا بِجَهَـٰلَةٍ فَتُصْبِحُوا عَلَىٰ مَا فَعَلْتُمْ نَـٰدِمِينَ
“O jullie die geloven, als er een verdorvene met een bericht naar jullie komt, doe dan onderzoek. Zodat jullie niet uit onwetendheid een volk treffen, om vervolgens spijt te krijgen van wat jullie hebben gedaan.”
[Sūrah al-Hudjuraat 49:6]

Dus het weerleggen en prijzen (al-djarḥ wat-ta’diel) zal niet vergaan zolang de mensheid blijft bestaan. Zolang de mensheid bestaat zal het weerleggen en prijzen (al-djarḥ wat-ta’diel) blijven bestaan. Maar ik ben bang dat men zal zeggen dat een individu weerlegd is zonder dat dit rechtmatig is; waarop men middels deze fatwa een weg vindt om de fouten van de mensen te verspreiden.

Daarom zeg ik (ter verduidelijking): Als een individu een fout heeft en het is profijtelijk, genoodzaakt en vereist om dit te verduidelijken, dan zit hier geen blaam in. Er zit geen blaam in het verduidelijken hiervan. Echter is het beter om te zeggen: ‘sommige mensen handelen zo, en sommige mensen zeggen dit’. En dit om twee redenen:

De eerste reden is om veilig te zijn van het specificeren (van namen), en de tweede reden is om zodoende dit oordeel van toepassing te laten zijn op een ieder die hieronder valt (en niet enkel op deze persoon in het specifiek).

Met uitzondering wanneer wij een specifieke persoon zien waardoor de mensen beproefd worden, iemand die uitnodigt naar innovatie en dwaling. In zulke situaties is het vereist om (zijn naam) specifiek te noemen zodat de mensen niet door hem misleid zullen worden.”

Bron: Genomen uit de geluidsopname: Ilaa mataa hadha al-khilaaf.
Vertaald door Nordin Abu Mu’aawiyyah

DELEN