Allaah, de Geweldige, heeft de waarheid gesproken (Sadaqa-LIah Ul’adhiem)

2243

1.Veel Koranlezers zijn gewend om Sadaqa-lah Ul’adhiem te zeggen na het lezen van de Koran, terwijl het niet is overgeleverd dat de Profeet ﷺ, zijn metgezellen en de
volgers dit zeiden.

2. Koranrecitatie is een vorm van aanbidding, waar niets aan toegevoegd mag worden. De Profeet ﷺ heeft gezegd:

“Wie iets nieuws toevoegt aan dit geloof van ons wat er niet bij hoort, dit zal niet (van hem) worden geaccepteerd”

(Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim)

3. Er is geen bewijs uit de Koran, de Sunnah of wat de metgezellen deden, voor wat deze Koranlezers nu doen. Dit is dus een innovatie van de latere generaties.

4. De Profeet ﷺ luisterde naar de recitatie van Ibn Abbaas, toen hij aankwam bij de woorden van Allah:

فَتَيَمَّمُوا صَعِيدًا

(… En wij jou (O Mohammed) naar voren brengen als getuige voor deze mensen.)
(4:41)

zei hij:

“Dat is genoeg”

(Overgeleverd door al-Boechaarie)

Hij zei dus niet ‘Allah de Geweldige heeft de waarheid gesproken’ noch beval hij om dat te zeggen.

5. De onwetenden en kinderen denken dat het een vers uit de Koran is, daarom zeggen ze het in het gebed en daarbuiten. Dit is niet toegestaan, omdat het geen aya uit de Koran is. Opvallend is het ook dat het vaak wordt opgeschreven na Suras uit de Koran alsof het wel een aya is.

6. Toen Shaikh Abdul Aziz Bin Baaz hierover werd gevraagd, zei hij dat het een innovatie is.

7. Wat betreft de woorden van Allah:

وَمَا كَانَ مِنَ الْمُشْرِكِينَ

 

(Zeg: ‘Allah spreekt de Waarheid, volgt dus de godsdienst van Ibrahiem de rechtzinnige)
(3:95)

Dit is een antwoord op de liegende Joden, met als bewijs de daarop voorgaande aya:

فَمَنِ افْتَرَىٰ عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ مِنْ بَعْدِ ذَٰلِكَ

(… Degenen die dan daarna de leugens over Allah verzinnen…)

(3:94)

De Profeet ﷺ kende deze aya en toch zei hij dit niet na
het lezen van de Koran. Dit geldt ook voor zijn metgezellen en de Vrome Voorvaderen.

8. Deze innovatie heeft een Sunnah laten verdwijnen, namelijk de aanroeping, omdat de profeet ﷺ heeft gezegd:

“Wie de Koran leest, laat hij dan Allah vragen (met behulp van de Koran)”

(Goed, overgeleverd door Tirmidhi)

9. De Koranlezer kan dus na het lezen van de Koran, Allah vragen wat hij wil. Hierbij gebruikt hij wat hij heeft gelezen als middel, omdat dit een vorm van goede daden is die een reden is voor het verhoren van de aanroeping. Men kan Bijvoorbeeld de volgende aanroeping doen;

De Profeet ﷺ heeft gezegd:

‘”Elke dienaar die geraakt wordt door onbehagen of verdriet, en zegt: ‘Allah, ik ben uw dienaar, de zoon van Uw dienaar, de zoon van Uw dienares, mijn voorhoofd is in Uw hand. Uw vonnis wordt uitgevoerd op mij. Uw besluit op mij is rechtvaardig. Ik vraag U met elke naam van U, waar U Uzelf mee heeft genoemd, of die U in Uw boek heeft neergezonden, of die U iemand van U schepsels heeft geleerd, of die U bij U in de kennis van het verborgene heeft gelaten, (Ik vraag U) dat U de Koran de lente van mijn hart maakt, en het licht van mijn ogen, de verwijderaar van mijn verdriet en het vertrek van mijn onbehagen.’ (Als hij dit zegt) zal Allah zijn onbehagen en verdriet weg laten gaan, en hem daarvoor in de plaats geluk geven”

(Authentiek, overgeleverd door Ahmad)

Bron: Islamitische richtlijnen p.134 t/m 136
Vertaald door Abu Noor Mohamed Bendaoud

DELEN