Het oordeel over geboortebeperking

440

Shaykh Al-‘Allaamah Mohammed bin Ṣaaliḥ Al-‘Uthaymien

Vraag:
Wat is het oordeel over de geboortebeperking, of gedeeltelijk? In het specifiek als er geen medische belemmeringen zijn voor een zwangerschap maar dat de beperking om angst voor voorziening is, op individueel niveau. En wat is het oordeel als een staat het als politiekbeleid aanneemt, zeker omdat sommige murtaziqah, die geleerden worden genoemd, fataawa geven om de leider tevreden te maken en bezit te verkrijgen, dagelijks fataawa geven dat de Islaam geboortebeperking niet verbiedt en spelen met de ḥadieth over al-‘azl (coitus interruptus). Wat is het oordeel daarover?

Antwoord:
We zeggen: geboortebeperking kent twee soorten:

De eerste soort heeft als doel om de geboorte te beperken, wat betekent dat de kinderen van een persoon niet boven een bepaald aantal komen en dat is niet toegestaan omdat de zaak in de handen van Allaah ﷻ is en degene die de geboortebeperking doet weet dit niet. Het kan zijn dat de kinderen die hij heeft overlijden en hij zonder kinderen blijft.

De tweede soort is het belemmeren van de zwangerschap om de geboorte te ordenen. Wat inhoudt dat een vrouw die vaak zwanger wordt en daardoor schade ondervindt, lichamelijk of in zaken betreffende haar huishouden en minder vaak zwanger wil worden voor een bepaalde periode. Zoals dat ze haar zwangerschap ordent tot een keer in twee jaar dan is dat geen probleem, met de toestemming van haar man. Dit omvat al-‘azl, welke de ṣaḥaabah رضي الله عنه deden en Allaah heeft het niet verboden en ook niet Zijn Boodschapper.

Het onderwerp van geboorte beperking of het organiseren ervan om de angst voor voorziening is zonder twijfel een slechte dhann (gedachte) over Allaah ﷻ. Het lijkt in sommige opzichten op wat de mensen van de djahiliyyah deden; doden van hun kinderen uit angst voor armoede. Dit is niet toegestaan omdat het twee verboden inhoudt en die zijn: slechte dhann over Allaah ﷻ en dat het van sommige kanten lijkt op de daden van de djaahiliyyah. Het is verplicht voor een moslim om te geloven dat er geen wezen op aarde is of aan Allaah is de voorziening ervan. (Tevens) dat als Allaah ﷻ hem voorziet van kinderen dan zal Allaah voor hem deuren van onderhoud openen zodat hij kan zorgen voor die kinderen en hun onderhoud. Sommige mensen zullen wellicht zeggen: ik beperk geen geboorte noch organiseer het vanuit angst voor weinig onderhoud maar uit angst om ze niet op te kunnen voeden en ze te adviseren. Dat is ook fout want hun opvoeding en advisering is net als hun voorziening. Al deze zaken zijn in de handen van Allaah ‘Azza wa Jalla. Dus net als dat je op Allaah ﷻ vertrouwt betreffende de voorziening van je kinderen zo is het ook verplicht dat je op Allaah ﷻ vertrouwt betreffende de manieren van je kinderen en hun leiding. Want Allaah Ta’la is Al-Haadie (degene die leidt) Subhaanahu wa bihamdihi en wie Allaah leidt hij is degene die geleidt is. Dus op basis hiervan, degene die geboorte organiseert of het beperkt uit angst voor hun afdwalen en onmacht om ze op te voeden heeft ook slechte dhann over zijn Heer ﷻ. De zaken zijn in de handen van Allaah ﷻ. Een persoon hoort niks te doen wat het aantal kinderen mindert behalve als het nodig of noodzakelijk is. Vervolgens moeten de luisteraars weten dat een grote gemeenschap en veel nakomelingen van de gunsten van Allaah ﷻ zijn. Daarom heeft Shu’ayb alayhiṣ-ṣalaatu was-salaam zijn volk aan deze gunst herrinert en zei:

واذكروا إن كنتم قليلاً فكثركم
“En gedenkt toen jullie met weinigen waren en Hij jullie talrijk deed worden.”
[Surah Al-A’raaf 7:86]

En tevens heeft Allaah de zonen van Israël ermee begunstigd.

وَأَمْدَدْنَاكُمْ بِأَمْوَالٍ وَبَنِينَ وَجَعَلْنَاكُمْ أَكْثَرَ نَفِيراً
“En vemeerderden Wij voor jullie de bezittingen en zonen en maakten Wij jullie groter in aantal.”
[Surah Al-Israa` 17:6]

Een grote gemeenschap is zonder twijfel een middel voor haar kracht en zelfstandigheid en dat ze volstaat met wat ze heeft en anderen niet nodig heeft. Wellicht zal ze door haar grote hoeveelheid een middel zijn om vele bronnen van voorziening te openen zoals we ernaar verwezen hebben. Ten eerste omdat er geen wezen is op aarde of aan Allaah is haar voorziening. We weten ook dat sommige landen grotere en sterkere landen dan zij zelf hebben verovert door middel van haar grote hoeveelheid. Dit omdat zij begonnen waren fabrieken en werkplekken te openen en hele grote productie te leveren. Daarom is het voor de islamitische gemeenschap verplicht om te weten dat het proberen om de geboorte te beperken of te organiseren behoort tot de list van onze vijanden tegen ons en het is in tegenstrijd met wat de Profeet ﷺ wilde en waar hij van houdt; van het vergroten van deze gemeenschap en om zijn pronken met haar bij de Profeten waar te maken.

Vraag:
Zijn laatste vraag: onder ons zitten niet moslim studenten, van de mensen van het Boek, en ze zien met ons de awraaat van de moslim vrouwen. Wat is het oordeel daarover en hoe moeten we ermee omgaan?

Antwoord:
Het oordeel erover is dat het geen probleem is als het nodig is, zoals we eerder genoemd hebben. Maar we voegen een tweede voorwaarde toe en dat is dat we veilig zijn van hun, dat we veilig zijn van hun in de zin van dat we zeker weten dat ze te vertrouwen zijn. Het kan zijn dat een ongelovige te vertrouwen is in dit soort zaken, dus als we veilig zijn voor hem en er is behoefte aan dan is het geen probleem. Net als dat deze voorwaarde ook geldt voor een moslim, want hoeveel moslims zijn er wel niet die niet vertrouwd kunnen worden betreffende de geslachtsdelen van de moslim vrouwen en hetgeen van hem bedekt wordt.

Bron: http://binothaimeen.net/content/6726
Vertaald door Umm Ahmed
DELEN