Het spreken over de machthebbers in het openbaar

1437

Shaykh Ṣaaliḥ bin Fawzaan Al-Fawzaan

Vraag:
Sommige hedendaagse jongeren begrijpen uit de betekenis van de woorden van Allaah ﷻ: “En zij vrezen het verwijt van geen enkele verwijter.” [Sūrah Al-Maa’idah 5:54], dat hetgeen betreft die de fouten van de machthebbers op de preekstoelen, in het openbaar en op audio-opnames benoemen. Zij beperken het gebieden tot het goede en het waarschuwen tegen het slechte ook daartoe. Wij vragen advies voor deze jongeren, moge Allaah hun leiden naar de juiste omgang. En wij willen graag de juiste betekenis van het vers en de regelgeving voor wie openlijk over de machthebbers spreekt?

Antwoord:
Allaah ﷻ heeft gezegd:

﴾يُحِبُّهُمْ وَيُحِبُّونَهُ أَذِلَّةٍ عَلَى الْمُؤْمِنِينَ أَعِزَّةٍ عَلَى الْكَافِرِينَ يُجَاهِدُونَ فِي سَبِيلِ اللَّهِ وَلَا يَخَافُونَ لَوْمَةَ لَائِمٍ﴿
“O jullie die geloven! Wie van jullie afvalt van zijn religie; Allaah zal dan mensen voortbrengen waar Hij van houdt en die van Hem houden. Die nederig zijn ten opzichte van de gelovigen, machtig ten opzichte van de ongelovigen. Zij strijden op de Weg van Allaah, en zij vrezen het verwijt van geen enkele verwijter.”
[Sūrah Al-Maa’idah 5:54]

Dit vers gaat over iedereen die – uit gehoorzaamheid aan Allaah – de waarheid spreekt, strijdt op de Weg van Allaah, en gebiedt tot het goede en waarschuwt tegene het slechte. Hij wordt niet omwille van mensen of uit angst voor mensen weerhouden om te adviseren, het goede te gebieden, te waarschuwen voor het slechte en te strijden op de Weg van Allaah.

Alleen dient het adviseren en het uitnodigen van Allaah in overeenstemming te gebeuren met wat Allaah ﷻ heeft gezegd:

﴾ادْعُ إِلَىٰ سَبِيلِ رَبِّكَ بِالْحِكْمَةِ وَالْمَوْعِظَةِ الْحَسَنَةِ وَجَادِلْهُمْ بِالَّتِي هِيَ أَحْسَنُ﴿
“Nodig uit naar de Weg van jouw Heer met wijsheid en goede vermaning. En discussieer met ze op de beste wijze.”
[Sūrah An-Naḥl 16:125]

Toen Moesa en Haaroen door Allaah ﷻ naar Fir’awn (Farao) werden gestuurd, heeft Hij tegen hen gezegd:

﴾فَقُولَا لَهُ قَوْلًا لَيِّنًا لَعَلَّهُ يَتَذَكَّرُ أَوْ يَخْشَىٰ﴿
“En spreek dus beiden met een zachtaardig woord tot hem. Wellicht dat hij zal herinneren of dat hij (Allaah) vrezen zal.”
[Sūrah Ṭaa-Haa 20:44]

Allaah ﷻ heeft ook over onze Profeet Mohammad ﷺ gezegd:

﴾فَبِمَا رَحْمَةٍ مِنَ اللَّهِ لِنْتَ لَهُمْ وَلَوْ كُنْتَ فَظًّا غَلِيظَ الْقَلْبِ لَانْفَضُّوا مِنْ حَوْلِكَ﴿
“En vanwege de Barmhartigheid van Allaah ben je zachtaardig voor ze geworden. En als je meedogenloos en hardvochtig was geweest, zouden ze rondom jou uiteen zijn gegaan.”
[Sūrah Aal-‘Imraan 3:159]

Het advies aan de machthebbers dient dus volgens de geschikte manieren te gebeuren, zodat het hen bereikt. Zonder er ruchtbaarheid aan te geven, of het creëren van afkeer onder de naïevelingen en mensen die gemakkelijk te misleiden zijn. Advies dient ook heimelijk plaats te vinden tussen degene die advies geeft en de machthebber. Dit kan mondeling, schriftelijk of telefonisch, waarbij hem deze zaken worden duidelijk gemaakt. Dit dient op een zachtaardige wijze te gebeuren en met de gepaste manieren.

Echter het spreken over de machthebbers op de spreekstoelen en in openbare bijeenkomsten, is geen adviseren maar zwartmaken. En het is het zaaien van onrust van vijandschap tussen de machthebbers en hun volk.

Dit veroorzaakt veel schade. De machthebbers zouden zich door deze handelingen kunnen gaan richten op de geleerden en op de religieuze uitnodigers. Dit brengt meer schade en meer gevaar met zich mee dan het goede dat zij hierin denken te vinden. Als je iets aan te merken hebt op een normale persoon of als hij een overtreding maakt en je zou dan in het openbaar zeggen: ‘Die doet dit en dat…’, dan zou hij dit als een vernedering beschouwen en niet als advies.

De Profeet ﷺ heeft gezegd:

“Wie (de tekortkoming van) een moslim toedekt, zal op deze wereld en in het Hiernamaals door Allaah worden toegedekt.”

En wanneer de Profeet ﷺ een opmerking over iemand wilde maken, specificeerde hij niemand. Hij zei echter “Hoe komt het dat sommigen dit en dat doen’. Het benoemen van mensen verpest immers meer dan dat het recht zet. Misschien dat het zelfs niets verbetert, maar dat de zonde juist daardoor voor het individu en de gemeenschap als geheel erger wordt. De wijze van adviseren is bekend en degenen die adviseren, moeten wat betreft kennis en kunde op niveau zijn. Zij moeten de voordelen en de nadelen kunnen overzien, zaken kunnen afwegen en de gevolgen kunnen inschatten.

Het waarschuwen tegen het slechte kan immers zelf slecht zijn. Zoals Sheikh Al-Islaam – moge Allaah hem barmhartig zijn – heeft aangegeven. Dit is het geval wanneer het waarschuwen tegen het slechte, op een manier gebeurt die religieus niet toegestaan is. Het waarschuwen op zich is dan slecht vanwege de schade die het teweeg brengt. Dit geldt ook voor het advies dat misschien beter een vernedering is te noemen dan een advies. Of noem het opruien, rebelleren of verderf zaaien als het niet gebeurt volgens de opgedragen religieuze manier.

Bron: Hiwaar ma’a ‘aalim blz 16-18, vraag nr. 5

Uit het boek ‘De Selefie Methodologie: definitie, karakteristieken en uitnodiging tot hervorming’ p.58-61
Vertaald door Abu Noor Mohamed Bendaoud

DELEN