Hoe bid een zieke op een stoel

1793
PDF Hoe bid een zieke op een stoel

 

Shaykh Al-‘Allaamah Ṣaaliḥ Ibn Fawzaan Al-Fawzaan

 

Vraag:
De laatste tijd komt het verrichten van gebeden op een stoel veel voor, wat is de juiste manier om dat te doen?

Antwoord:
Het gebed is de tweede pilaar van de Islaam en is de zuil van de Islaam en het eerste waarover een dienaar berekend zal worden op de Dag des Oordeels van zijn daden. En als het geaccepteerd is, zal de rest van zijn daden geaccepteerd worden. En als het verworpen wordt, dan zal de rest van zijn daden ook verworpen worden. Het gebed vervalt nooit voor de moslim zolang hij bij zijn verstand is, maar hij verricht het voor zover hij kan. Zoals de Meest Verhevene zegt:

فَاتَّقُوا اللَّهَ مَا اسْتَطَعْتُمْ
“Dus vreest Allaah volgens jullie vermogen.”
[Sūrah At-Taghabun 64:16]

En de Meest Verhevene zegt:

لا يُكَلِّفُ اللَّهُ نَفْساً إِلاَّ وُسْعَهَا
“Allaah belast niemand behalve (met datgene) volgens zijn vermogen.”
[Sūrah Al-Baqarah 2:286]

En de Profeet ﷺ heeft gezegd:

ما نهيتكم عنه فاجتنبوه، وما أمرتكم به فأتوا منه ما استطعتم
“Wat ik jullie verboden heb, vermijdt het. En wat ik jullie geboden heb, doe het voor zover jullie daartoe in staat zijn.” 1

En daar valt het gebed ook onder. De moslim bidt voor zover hij in staat is, volgens de woorden van de Profeet ﷺ:

يصلي المريض قائما فإن لم يستطع فقاعداً، فإن لم يستطع فعلى جنب ، وفي رواية: فإن لم يستطع فمستلقيا رجلاه إلى القبلة
“De zieke bidt staand en als hij dat niet kan, dan zittend. En als hij niet kan, dan op zijn zij.” 2 En in een overlevering: “En als hij dat niet kan dan liggend met zijn voeten naar de Qiblah toe.” 3

En het gebed heeft voorwaarden, pilaren, verplichtingen en sunnan, en men moet die verrichten voor zover men kan. Sommige van deze handelingen worden verricht tijdens het staan, sommige tijdens het zitten en sommige tijdens het neerknielen.

  1. Wat verricht wordt tijdens het staan is de Takbierah al-Iḥraam (openings takbier), het lezen van Al-Faatiḥah en daarna wat makkelijk is van de Qor’aan, de rukū’, en dat is het buigen met het hoofd en de rug totdat de handen op de knieën terechtkomen en daar wordt gezegd: Subḥaana Rabbie al-‘Adhiem.
  2. Wat verricht wordt tijdens het zitten is de tashahhud, de neerknieling op de grond en het zeggen van Subḥaana Rabbie al-A’laa tijdens de neerknieling. En de tasliem.

Hoe worden deze handelingen verricht:

* Als men kan staan en zitten maar geen rukū’ en neerknieling kan verrichten, dan wijst hij met z’n hoofd als rukū’ terwijl hij staat, en wijst hij met z’n hoofd als neerknieling terwijl hij zit.

* Als hij wel kan zitten maar niet kan staan, doet hij de Takbierah al-Iḥraam, het lezen van de Faatiḥah en daarna wat makkelijk is van de Qor’aan, wijst met z’n hoofd als rukū’ zittend, knielt neer op de grond als hij kan, en zo niet,

dan wijst hij met z’n hoofd als neerknieling (sudjūd) ook zittend en maakt hij de neerknieling (sudjūd) lager als de ruku’.

In geval van het zittend bidden is het beter om op de grond te zitten als men kan. En zo niet, dan kan men op een stoel zitten en doet hij op de stoel hetzelfde als dat hij zou zeggen en doen tijdens het zitten op de grond.

Men hoort de stoel op de lijn van de rij te zetten en het hoort een zo klein mogelijke stoel te zijn zodat het niet veel plek in beslag neemt en het niet krap maakt voor de mensen om hem heen. En niet gelijk achter de Imaam zodat dat een plek blijft voor iemand onder de gezonden die de Imaam zo nodig kan vervangen of herinneren als hij vast komt te zitten met het lezen. Volgens zijn woorden ﷺ:

لِيَلِنِي مِنْكُمْ أُولُو الأَحْلاَمِ وَالنُّهى
“Laat achter mij (in gebed staan) degene van onder jullie die wijs en volwassen zijn.” 4

 

Bron: www.alfawzan.af.org.sa/ar/node/14011
Vertaald door Umm Ahmed

ــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــــ
1 Ṣaḥieḥ Al-Bukhaarie n. 7288 & Ṣaḥieḥ Muslim n. 1337

2 Ṣaḥieḥ Al-Bukhaarie n. 1117

3 Gedeeltelijk overgeleverd door An-Nasaa’ie. Het gedeelte “voeten naar de Qiblah toe.” is overgeleverd in Ad-Dar Al-Qudnie en zwak verklaard door shaykh Al-Albaanie in Irwaa’ Al-Ghaliel n. 558

4 Ṣaḥieḥ Muslim n. 432

DELEN