Manhadj As-Saalikien: De soorten waters

890

Shaykh ‘Abdur-Rahmaan Ibn Naaṣir As-Sa’die (d. 1376H) رحمه الله

 

Manhadj As-Saalikien
Hoofdstuk: Reinheid

De soorten waters

Wat betreft het gebed: deze heeft voorwaarden die voorafgaand zijn aan het verrichten van het gebed, waarvan:

Reinheid: (Het bewijs) de Profeet ﷺ zei:

لاَ تُقْبَلُ صَلاَةٌ بِغَيْرِ طُهُورٍ
“Allaah accepteert geen gebed zonder reiniging.”

[Bukhaarie & Muslim]

Dit betekent dat diegene die geen reiniging uitvoert voor de grote en kleine rituele onreinheid, en tegen de onzuiverheden, zijn gebed is ongeldig.

Ṭahaarah (reinheid) bestaat uit twee vormen:

De eerste vorm is de reiniging met water, en dit is de basis (de tweede vorm, at-tayammum, volgt later).

Dus, elk water wat uit de hemel valt of uit de grond (bron, rivier, zee etc.) stroomt is reinigend (ṭahūr); reinigt van de rituele onreinheden en onzuiverheden, ook al veranderd de kleur, smaak of de geur door vermenging met een andere reine substantie zoals de Profeet ﷺ zei:

الْمَاءُ طَهُورٌ لاَ يُنَجِّسُهُ شَىْءٌ
“Water is rein en niets kan het verontreinigen.”
[Aḥmad, Abu Daawud, At-Tirmidhi, An-Nasaa’ie, Dar Al-Qutni en Al-Bayhaqie. Authentiek verklaard door shaykh Al-Albaani]

Echter, als één van de karaktereigenschappen veranderd door een onreine substantie (nadjaasah), dan is het (zonder twijfel) onrein en dan is het verplicht om deze te vermijden.

De basisregel in de dingen is dat het rein en toegelaten is.

Bijgevolg, als een moslim twijfelt over een water, over een kleding, over een plaats of over iets anders: dan is het rein. Als een persoon zeker is dat hij in staat is van rituele reinheid, en vervolgens twijfelt of hij nog steeds in diezelfde staat is of uit de reine staat is getreden, dan is hij (nog steeds) in staat van rituele reinheid. De Profeet ﷺ zei over de man die vermoedens kreeg dat hij zich niet meer bevind in staat van rituele reinheid:

لاَ يَنْصَرِفْ حَتَّى يَسْمَعَ صَوْتًا أَوْ يَجِدَ رِيحًا
“Hij dient het gebed niet te verlaten, totdat hij een geluid hoort of een geur ruikt.”
[Bukhaarie & Muslim]

Bron: Ad-Dalielu ‘alaa Manhadji As-Saalikien wa tawdiehul-Fiqhi fied-dien p. 28-30 (Dar Ibn Al-Djawzie)
Vertaald door Abdelhakiem Abu Safwane

DELEN