Wat is de eerste verplichting voor de mensen

827

Shaykh Al-‘Allaamah Mohammed bin Ṣaaliḥ Al-‘Uthaymien

 

Vraag:
O weledele Shaykh, wat is de eerste verplichting voor de mensen?

Antwoord:
De eerste verplichting voor de mensen is het eerste waartoe ze uitgenodigd worden. Dit heeft de Profeet ﷺ duidelijk gemaakt aan Mu’aadh bin Djabal رضي الله عنه toen hij hem naar Yemen heeft gestuurd en zei:

إِنَّكَ تَأْتِي قَوْمًا مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ ‏.‏ فَادْعُهُمْ إِلَى شَهَادَةِ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللهُ وَأَنِّي رَسُولُ اللهِ
“Voorwaar, je zal naar een volk komen van de mensen van het Boek, laat het eerste waartoe je hen uitnodigt zijn; de getuigenis dat er niets of niemand waard is om aanbeden te worden behalve Allaah en dat Mohammed de Boodschapper is van Allaah.” [1]

Dus dit is de eerste verplichting voor de dienaren, om Allaah ﷻ uit te zonderen met (alle vormen van) aanbidding en dat ze getuigen van de Boodschap van Zijn Boodschapper ﷺ. En met (het geloven in) de Eenheid van Allaah ﷻ (en ernaar handelen) en met de getuigenis van de Boodschap van de Boodschapper wordt ikhlaas (oprechtheid van intentie) en mutaaba’ah (het volgen van de Profeet ﷺ) waargemaakt, hetgeen voorwaarde zijn voor de acceptatie van elke daad van aanbidding.

Dus dit is het eerste wat verplicht is voor de dienaren. Dat ze Allaah uitzonderen met alle vormen van aanbidding en dat ze getuigen van de Boodschap van de Boodschapper ﷺ. Dus de getuigenis dat er niets of niemand het waard is om aanbeden te worden behalve Allaah omvat de gehele monotheïsme.

Vraag:
O weledele Shaykh, omvat de getuigenis alle vormen van Tawḥied?”

Antwoord:
Ze omvat alle vormen van monotheïsme, of doordat ze het omvat of het vereist. En dit omdat als iemand zegt: “Ik getuig dat er niets of niemand het waard is om aanbeden te worden behalve Allaah”, het eerste waar men aan denkt, dat ermee bedoeld wordt; is Tawḥied (eenheid) van aanbidding. Tawḥied van aanbidding welke Tawḥied Al-Ulūhiyyah wordt genoemd vereist, en sterker nog, omvat Tawḥied Ar-Rubūbiyyah (eenheid in de Heerschapij). Omdat een ieder die alleen Allaah aanbidt, Hem niet zal aanbidden behalve als hij bevestigt dat de Heerschappij (Ar-Rubūbiyyah) Hem toekomt. Het omvat ook Tawḥied Al Asmaa waṣ-Ṣifaat (eenheid van de Namen en Eigenschappen) omdat een mens alleen iemand aanbidt als hij weet dat hij het waard is en recht heeft op aanbidding, door wat Hem toekomt aan Namen en Eigenschappen. Daarom zei Ibraahiem عليه السلام tegen zijn vader:

إِذْ قَالَ لِأَبِيهِ يَا أَبَتِ لِمَ تَعْبُدُ مَا لَا يَسْمَعُ وَلَا يُبْصِرُ وَلَا يُغْنِي عَنْكَ شَيْئًا﴿
“Toen hij tegen zijn vader zei: “O mijn vader, waarom aanbidt u iets dat niet hoort, niet ziet en u niets baat?”
[Sūrah Maryam 19:42]

[1] Ṣaḥieḥ Al-Bukhaarie n. 1496 en Ṣaḥieḥ Muslim n. 19

Bron: Fiqh al-‘Iebadaat van Al-‘Allaamah Al-‘Uthaymien, blz 4
Vertaald door Umm Ahmed

DELEN